zaterdag 30 juli 2011

Het symbool WO I

Gisteravond met veel plezier gekeken naar de documentaire The First World War from Above op het onvolprezen BBC2, een baken in deze tijden van onverteerbare kookprogramma's en andere flauwekul.

Aan de basis van de documentaire lag een recent herontdekte filmopname uit 1919, gemaakt door twee Fransen die in een luchtschip het gehele Westelijke Front van Nieuwpoort tot aan de Zwitserse grens volgden.

Het resultaat is een uniek tijdsdocument dat de wonden vastlegde toen ze nog vers waren: de overstroomde IJzervlakte, uiteraard, maar ook de nagenoeg onherkenbare ruïnes van Ieper en de kraters, door 17 reusachtige mijnen geslagen in het landschap rond Mesen. De explosies deden zelfs in Downing Street de theekopjes dansen.

En temidden al die ellende, die in onze herinnering inmiddels epische proporties heeft aangenomen, het leven van alledag: mensen die markt houden tussen kapotgeschoten huizen. De piloot zwaait er eens naar en wendt dan de steven, nieuwe apocalyptische taferelen tegemoet.

Vraag een Brit naar WO I en hij zal je vertellen over Ieper, de Somme en Passendale, al spreken ze over het Kanaal liever over Passion Dale. Enig obligaat gemijmer bij de duizelingwekkende aantallen slachtoffers die deze slagvelden eisten, mag dan ook niet ontbreken. Liefst met een panorama van Tyne Cot Cemetery erbij.

Klinkt cynisch, ik weet het. Een mens moet nu eenmaal iets doen om tegen de stroom in te roeien. Ik vrees namelijk dat we de komende jaren een tamelijk eenzijdig beeld van WO I te zien zullen krijgen - met die herdenking en zo, weet u wel.

In het collectieve geheugen is de Eerste Wereldoorlog namelijk een ondubbelzinnig symbool geworden van de wreedheid van de oorlog, met domme generaals die mijlen achter de frontlijn in een of ander wuft château honderdduizenden jonge mannen naar een vroegtijdige dood sturen en zelf buiten schot blijven. Een beeld dat bij uitstek terugkomt in de tv-reeks Blackadder goes Forth.

De historische werkelijkheid ligt uiteraard iets gecompliceerder. Zeker, dichters als Siegfried Sassoon en Wilfred Owen vertolkten de oorlogsmoeheid van een uitgebluste generatie. Maar er waren ook mensen die op 11 november 1918 dolblij waren dat de Duitsers een nederlaag moesten slikken.

Toen veldmaarschalk sir Douglas Haig stierf, stonden er in Londen en Edinburgh meer mensen langs de straten dan voor de begrafenisstoet van prinses Diana. Zijn weinig flatterende bijnaam 'slachter Haig' ten spijt, koesterde de Britse bevolking blijkbaar wel goede herinneringen aan zijn leiderschap.

Nu er geen veteranen meer in leven zijn en de Eerste Wereldoorlog echt geschiedenis is geworden, dreigt dit soort nuances voorgoed verloren te gaan. Het beeld van de zinloze oorlog is immers ongemeen krachtig, in elk geval krachtiger dan een conflict waaraan, zoals aan elk conflict, verschillende facetten zijn.

zaterdag 23 juli 2011

Coureurstranen

Zonder ongelukken wint Cadel Evans morgen als eerste Australiër de Ronde van Frankrijk. Terecht, vind ik: het was al snel duidelijk dat Contador zijn Tour in de Giro al verloren had, en behalve Andy's fenomenale raid op de Galibier lieten ook de Schlecks het afweten.

Een complete ronderenner moet immers alles kunnen: klimmen, maar ook dalen (en achteraf niet komen zaniken dat het te gevaarlijk was) en uiteraard tijdrijden. Voor deze laatste discipline zijn de iele Luxemburgers duidelijk niet in de wieg gelegd.

Propere Tour ook. Vermoed ik, want je weet maar nooit welke lijken er uit de kast vallen, op Kolobnev na dan. Splijtende demarrages waren op één hand te tellen: altijd een positief (pun not intended) teken als renners kapot zitten en geen tweede of derde adem vinden. Al vraag ik me wel af waar Thomas Voeckler de energie haalt om vanuit het niets met de groten mee te doen.

Viel ook op: wereldkampioen Thor Hushovd, die twee etappes op zijn naam schreef, en niet van de minste. Altijd leuk om de regenboogtrui in de voorste gelederen van het peloton te zien. Bij wijze van spreken, want de Noor heeft de massasprints blijkbaar vaarwel gezegd en zegevierde zowel in de Pyreneeën als in de Alpen.

Vandaag kwam hij nog op een andere manier in het nieuws. Althans toch volgens Lieven Van Gils, van wie nog steeds niet duidelijk is wat hij daar precies in de Tour uitvoert. Telegenieke stand-ups doen in het middagjournaal en 's avonds wat keuvelen tijdens Vive le vélo, dat kun je toch geen werken noemen. Zijn gebronzeerde teint zal hij in elk geval niet in de perszaal hebben opgedaan.

Die dekselse Lieven meldde met een voor zijn doen ongewoon verongelijkte gelaatsuitdrukking dat er in de Tourkaravaan niets te merken was van het drama dat Noorwegen sinds gisteren in rouw onderdompelt.

Nog voor ik schouderophalend 'En dan?' kon zeggen (en beseffen dat ik tegen mijn tv stond te praten) voegde hij daar met een snik in de stem aan toe dat zelfs renners als Hushovd en Edvald Boasson Hagen merkwaardig onbewogen bleven bij het drama dat zich in hun thuisland had afgespeeld.

'Zo kan-ie wel weer, Lieven', kon ik niet nalaten te denken. Begrijp me niet verkeerd: het is verschrikkelijk wat er daar in Oslo en op het eilandje Utoeya is gebeurd, en ik weet zeker dat Thor en 'Eddie' er net zo over denken. Alleen: het blijven wielrenners. Kun je het hen kwalijk nemen dat ze zich tijdens de Tour in de eerste plaats concentreren op de koers?

Ik denk het niet. Waar moet dat heen als sporters voortdurend hun medeleven moeten betuigen of hun emoties de vrije loop laten? Sportjournalistiek is meer dan droge klassementen opdissen, sport is emotie, maar dit hengelen naar tranentrekkerij slaat ver door naar het andere uiterste.

Moorden in Noorwegen, een executie van een achtjarige in Afghanistan, de humanitaire ramp in de Hoorn van Afrika: met al die ellende in de wereld zou een mens hele dagen kunnen zitten janken. Niemand doet dat natuurlijk. Cadel Evans schoot dan wel vol op het Tourpodium, dat was uiteraard om een heel andere reden.

Waarom moeten wielrenners het leed van de wereld op hun schouders torsen? Laat hen toch hun job doen - die is al zwaar genoeg - en het nieuws op hun manier verwerken. Vroeg of laat moeten de gewone Noren immers ook de draad weer opnemen.

vrijdag 24 juni 2011

Metafooraap

Metaforen, zeg maar vergelijkingen zonder 'als', zijn het peper en zout van onze taal. Meteen hebt u ook een praktisch voorbeeld van een metafoor gehad, doch dit terzijde. Ze verlevendigen de boodschap en maken het abstracte aanschouwelijk.

Zo weet je meteen wat Bart De Wever bedoelt wanneer hij zegt dat Wallonië 'aan het infuus ligt' en dat onderhandelingen voor een Belgische federale regering 'op sterven na dood' zijn, is eveneens veelzeggend. In beide gevallen wordt het beeld van ziekte en dood gebruikt om de negatieve teneur van de boodschap te versterken.

Nogal wat metaforen zijn ontleend aan de sport. Een politicus die inpikt op andermans idee 'kopt de voorzet binnen' of maakt, als hij niet uitkijkt, 'een owngoal', tenzij hij de 'eindspurt' weet te lanceren welteverstaan.

Geen probleem, maar soms loopt het fout. Metaforen hebben namelijk nog een andere eigenschap gemeen met peper en zout: je mag er niet mee overdrijven.

Te veel metaforen in één zin komen potsierlijk over en leiden juist af van de boodschap in plaats van die in de verf te zetten. Bovendien leiden ze vaak tot absurde resultaten als ze ontleend zijn uit verschillende werelden.

Neem nu bijvoorbeeld deze krantenkop van www.standaard.be:

Maingain getackeld vanuit Joodse hoek

Tackles doen het altijd goed om aan te geven dat iemand hard wordt aangepakt. Je ziet het slachtoffer, in dit geval Olivier Maingain, voor je geestesoog tegen de vlakte gaan. So far, so good.

Blijkt echter dat we de tackler van dienst in Joodse hoek moeten situeren. Deze hoek heeft minder van doen met geometrie dan met het boksmilieu. Het is de plaats waar de bokser wordt opgelapt voor de volgende ronde en waaruit hij bij het belsignaal te voorschijn komt om zijn tegenstrever af te troeven.

Afzonderlijk is er met beide metaforen dus niets mis en, toegegeven, je moet al van heel slechte wil zijn om de boodschap in dit geval verkeerd te begrijpen. Voor mensen met een levendige fantasie blijft daar echter de bizarre beeldspraak, waarvan we niet goed weten waar de schrijver heen wil.

Voetballers boksen niet, toch niet op reglementaire wijze volgens de Queensberry Rules, net zomin als boksers hun opponent met gestrekt been te lijf gaan. Voor je het weet lig je zelf tegen dek en sta je al een knockdown in het krijt.

Geniet daarom van metaforen, maar met mate. Anders sta je gauw voor metafooraap.

zaterdag 14 mei 2011

Grintpaden en vulkanen

Niet alle jeugdherinneringen zijn even prettig om te herbeleven. 1995, Portet d'Aspet, Fabio Casartelli: op slag was de Tour méér dan een vast ingrediënt van de zomer, sjotten in de tuin van mijn grootouders, wachten tot de live-uitzending begon en mijn grootvader met veel geritsel van krantenpapier uit zijn middagdutje ontwaakte.

Giro 2011, Passo del Bocco, Wouter Weylandt. Opnieuw ligt er een renner onbeweeglijk op het asfalt uitgestrekt, helm of niet, opnieuw krijgt de naam van een helling een bijklank van doem. Opnieuw kijkt de camera ongegeneerd mee, ditmaal zelfs met een wansmakelijke close-up er bovenop. Alleen het vakantiegevoel ontbreekt, gelukkig maar.

Er is de afgelopen dagen veel geschreven over de dood van Wouter Weylandt. Het onpeilbare verdriet van zijn familie natuurlijk, maar ook de solidariteit binnen het peloton en ver daarbuiten. Karl Vannieuwkerke kreeg het zelfs zo kwaad dat hij voortijdig naar huis terugkeerde en zijn commentaarpositie een week vroeger dan voorzien aan José De Cauwer overlaat.

Heel wat commentatoren wijzen met een beschuldigende vinger naar het parcours. Nochtans gebeurde het fatale ongeval van Weylandt in de afzink van een behoorlijk onschuldige klim. De afdaling stond wel als 'technisch' te boek, maar was maar klein bier vergeleken bij wat de deelnemers aan deze Giro nog te wachten staat.

Eigenlijk is het niet netjes om, zoals Karl al aangaf bij zijn tussenkomst in Het Journaal, daarover het debat te voeren als het slachtoffer nog niet eens begraven is. Zijn collega Michel Wuyts toonde in dezelfde uitzending overigens minder scrupules en begon prompt de engste vakantieverhalen over de bewuste streek boven te halen. Nu even niet, Michel, nu even niet.

Wat niet wegneemt dat het nuttig is om even in het hoofd van Giro-organisator Angelo Zomegnan te kijken. Dat hij ter gelegenheid van 150 jaar Italiaanse eenmaking een groter peloton dan toegestaan de hort opstuurt, is al niet bijster verstandig. Het is echter vooral de overdaad aan cols en hellingen die de wenkbrauwen doet fronsen, om van de beruchte strade bianche nog maar te zwijgen.

En wat voor een cols: zondag moeten de renners tweemaal de Etna op. Een actieve vulkaan, alstublieft! Kan het nog gekker? De Monte Zoncolan is dan weer op zichzelf al een vreselijke kuitenbijter, maar komt in een en dezelfde etappe vlak na de Monte Crostis, een ronduit voorhistorisch geval.

Als daar geen ongelukken gebeuren, mogen we van geluk spreken. De afdaling is bij momenten niet meer dan een onverhard geitenpaadje en het asfalt dat er wel ligt, is bezaaid met putten en diepe geulen. Balustrades zijn er niet, maar daar heeft Zomegnan al aan gedacht. Er komen netten in de bochten, die moeten verhinderen dat er renners in het ravijn tuimelen. Een hele geruststelling, niet? Maar oordeelt u vooral zelf.



De zucht naar sensatie loopt als een rode draad doorheen de Giro-edities van de afgelopen jaren. De Ronde van Italië probeert zich uit alle macht op dezelfde hoogte te hijsen als de Tour. Een schier onmogelijke opdracht, die zeker niet kan slagen door steeds maar buitenissiger hindernissen op te zoeken. Zijn er nog grintpaden waar de Giro niet over gereden is?

Wielrennen is een loodzware sport, maar doden zijn gelukkig zeldzaam. Niettemin is het duidelijk dat deze evolutie een halt moet worden toegeroepen. Want waar houdt het op? Dat zelfs Italiaanse renners, gewoonlijk chauvinisten pur sang, openlijk kritiek uiten op het Giroparcours, is veelzeggend. Zo kan het niet langer, maar daar heeft de familie Weylandt nu geen boodschap aan.

zondag 24 april 2011

Algemeen belang

Filantroop als ik ben, is het niet van mijn gewoonte om mensen vlakaf uit te lachen. Toen ik gisteren in het journaal beelden zag van de rokersbetoging in Brussel, kon ik me echter nauwelijks bedwingen.

Ter herinnering: enkele cafébazen hadden opgeroepen om 'met duizenden' te komen betogen tegen het rookverbod dat binnenkort van kracht wordt. Volgens de initiatiefnemers betekent deze maatregel namelijk de doodssteek voor tal van bruine cafés en hun eigenaars.

Afkeer voor verandering is eigen aan de mens, maar het verbaast me dat de horeca in het rookverbod meer nadelen dan kansen ziet. Zeker, verstokte rokers zullen voortaan eerder overwegen om gewoon een krat bier in huis te halen en vervolgens lustig te drinken en te paffen.

Ik ben er echter van overtuigd dat nogal wat mensen juist de weg zullen vinden naar een rookvrij café. Al te vaak wordt een avondje uit nu immers vergald door het vooruitzicht van kleren en haar waar de tabakswalm de volgende ochtend nog in hangt, prikkende ogen en een rauwe keel.

Dankzij het rookverbod behoort dat binnenkort allemaal tot het verleden. Zo'n verbod is bovendien niet alleen praktisch, maar ook gezond. Mijn medische kennis is weliswaar bijeengesprokkeld via Wikipedia, maar ik denk dat ik geen nieuws verkondig als ik zeg dat roken bepaald niet gezond is.

Juist daarom vond ik de rokersbetoging potsierlijk en een beetje tragisch. Goede bedoelingen (nu ja) ten over, maar de argumentatie viel wat mager uit. 'Cola drinken bederft de tanden en alcohol is slecht voor de lever, maar het is je eigen keuze, net als met roken', redeneerde een betoger.

Terug in de tijd, zo leek het wel, toen wielrenners en atleten nog tabaksreclame maakten onder het motto 'een saf op tijd en stond houdt hart, lever en spijsvertering gezond'. De dienstdoende journalist had blijkbaar geen zin om het begrip 'passief roken' uit te leggen, anders was ons deze drogredenering bespaard gebleven.

Een andere manifestant maakte het nog bonter: 'stop het racisme tussen rokers en niet-rokers', stond er op zijn pancarte te lezen. Ondertussen werden er met schorre stemmen nog dergelijke nonsensicale slogans gescandeerd. 'Laat de uitbater zelf beslissen', bijvoorbeeld: benieuwd hoeveel cafébazen hun zaak vrijwillig rookvrij zouden maken.

Wat me nog het meest tegen de borst stuit, is de vanzelfsprekende manier waarop roken in de betoging werd voorgesteld als een onschuldig tijdverdrijf, ja zelfs een mensenrecht. Een zienswijze die noopt tot interessante hypotheses omtrent de invloed van nicotine op het menselijk redeneervermogen.

Gelukkig liep de opkomst voor de betoging lang niet in de 'duizenden' die de organisatoren zichzelf hadden voorgespiegeld. Er zijn dus nog mensen die begrijpen dat de overheid niet altijd maatregelen neemt om de bevolking te pesten, maar gewoon voor het algemeen belang.

vrijdag 15 april 2011

Circus Vangheluwe

Gisteravond, zo tussen zes en zeven, zullen er nogal wat mensen aardig opgekeken hebben toen ze tijdens het zappen bij VT4 belandden. Wie zat daar namelijk doodgemoedereerd zijn verhaal te doen? Niemand minder dan Roger V., de man die bijna exact een jaar geleden opstapte als bisschop van Brugge!

Ik dacht eerst nog dat het maar om te lachen was, een montage van eerdere opnames die de indruk geeft van een interview. Maar nee, het was wel degelijk live: een uur lang vertelde hij alles wat journalist Marc Geenen maar wilde weten.

Voor de jongens van Vlaanderen vandaag was het natuurlijk de scoop van het jaar: publieke vijand nummer 1 niet alleen opsnorren in zijn verborgene, maar hem ook nog eens de pieren uit de neus halen. Men kan zich de reactie op rivaliserende nieuwsredacties wel voorstellen.

Over de inhoud van het interview kunnen we kort zijn: dat misbruik, dat was maar een spelletje, hij is veel te biecht geweest en een pedofiel is hij ook al niet, want hij hield altijd zijn kleren aan. Circus Vangheluwe, maar dan in het echt.

Minstens zo interessant als zijn uitspraken was zijn houding. Ontspannen, in een op late zomeravonden berekende trui, beantwoordde hij de vragen nu en dan met een ijselijk monkellachje, noemde zakelijk het bedrag dat hij aan zwijggeld had betaald en deed kond van zijn vaste voornemen om zijn priestergelofte gestand te doen.

Maar wat vooral bijblijft, is de hardnekkigheid waarmee Vangheluwe de feiten minimaliseert. Het begon als een 'spelletje', mondde uit in een 'relatietje', maar 'brute seks' was het zeker niet. Mensen met meer inzicht in de menselijke psyche dan ikzelf, herkennen hierin alle eigenschappen van een onverbeterlijke pedofiel.

Rest de vraag: en nu? Of het Vaticaan zal kunnen lachen met de Grote Roger Vangheluweshow, is hoogst twijfelachtig. Dat hij zijn verbanning naar Frankrijk niet als een straf ervaart is duidelijk, net zozeer als het feit dat Vangheluwe geen greintje schuldbesef heeft. 'Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen': hoor dat maar eens, als slachtoffer.

In alles geeft Vangheluwe de indruk van een man die niets te verliezen heeft en steeds meer in zijn eigen wereldje vertoeft. Onzin uitkramen in interviews hoort daar kennelijk bij. Naar eigen zeggen puilt zijn mailbox uit van de steunbetuigingen en heeft hij maar twee negatieve reacties gekregen op zijn bekentenis vorig jaar.

Meteen een goede reden voor het Vaticaan om hem niet tot de lekenstaat terug te brengen. Als vrij man houdt niets hem tegen om nog meer de vedette te gaan uithangen, nu is er tenminste nog een beetje controle in het klooster waar hij verblijft. Hoewel: blijkbaar zat broeder portier gisteravond te dutten.

Aangezien de feiten verjaard zijn (Vangheluwe misbruikte trouwens twee neefjes) en het gerecht dus niets kan doen, is het een beetje grotesk om van het Vaticaan te verwachten dat het de rol van justitie overneemt.

Meer dan aan een straf heeft Vangheluwe nu nood aan hulp. Iemand die hem duidelijk maakt dat hij zich beter gedeisd zou houden, dat hij geen flauwe excuses moet zoeken voor daden die niet te rechtvaardigen zijn. Iemand die hem tegen zichzelf beschermt.

Op internetfora allerhande klinkt luid de roep om laïcisering, maar zoals ik al zei, lijkt me dat geen goed idee. Zo maak je van Vangheluwe helemaal een ongeleid projectiel. Ik zie hem nog in staat zijn verhaal te verkopen aan Dag Allemaal of Story.

Nogal wat critici nemen aanstoot aan het feit dat Vangheluwe zich ophoudt in de zonnige Loirestreek, maar een paar keetjes in een bos kunnen de vergelijking met de majestueuze lusthoven van de Franse vorsten moeilijk doorstaan. Bovendien: wat ben je met mooi weer als het in je bovenkamer zo bewolkt is?

donderdag 31 maart 2011

Meerbeke mon amour

Er is geen ontsnappen aan: zondag is het weer Ronde van Vlaanderen, de 95ste al. Frank Deboosere voorspelt regen, maar ook zonder die heroïsche omstandigheden wordt het in velerlei opzichten een memorabele editie.

Volgend jaar loopt namelijk het contract af tussen Flanders Classics, dat de Ronde organiseert, en Meerbeke, dat al 38 jaar als aankomstplaats voor Vlaanderens Mooiste fungeert. En dus is voor andere steden de jacht open. Met name Oudenaarde en Ronse hebben er heel wat voor over om de meet en de daarbij horende media-aandacht binnen te rijven.

De laatste dagen stijgt de koorts, wat zich vertaalt in een vinnige pennen- en Facebookstrijd tussen voor- en tegenstanders van vooral Meerbeke en Oudenaarde. Deze laatste stad beroept zich op de aanwezigheid van het Centrum Ronde van Vlaanderen en het gros van de heuvels die tijdens de koers beklommen worden.

Toch ontbreekt er één in dat lijstje, en het is meteen de belangrijkste troef voor Meerbeke: de Muur van Geraardsbergen. Vormt deze iconische kuitenbijter samen met de Bosberg een moordende tandem op 16 kilometer van de finish, dan wordt de Muur in de Oudenaardse plannen gereduceerd tot een ordinaire puist.

Om te kunnen eindigen in Oudenaarde, moet het peloton de beruchte heuvelzone namelijk in omgekeerde richting afleggen. De Kwaremont, die nu de heuvelzone opent, krijgt de rol van scherprechter toebedeeld, de Muur komt op maar liefst 103 kilometer van de finish te liggen.

Koersliefhebbers kunnen het horrorscenario al raden: gedaan met de heroïsche demarrages genre Museeuw en Cancellara, de joelende mensenmassa die hen voortstuwt naar de top met de kapel. In de plaats komt de traditionele lange vlucht van drie nobele onbekenden die hun mooiste moment beleven, een kwartier later gevolgd door een quasi voltallig peloton waar de favorieten nog tijd hebben om een rijsttaartje te verstouwen en rustig mee naar boven te peddelen.

Rik Vanwalleghem, directeur van het Centrum RVV en vurig lobbyist voor Oudenaarde, betoogt terecht dat het parcours van de Ronde niet vastligt als bij wet van Meden en Perzen. Vòòr Meerbeke finishte de Ronde in Wetteren en daarvoor in Gent, in het Kuipke zelfs.

De finale zoals we die nu kennen, krinkeldewinkel doorheen de Vlaamse Ardennen, was er evenmin van bij het begin bij. Die kwam er pas onder druk van de toenemende asfaltering, toen de organisatie steeds meer achterafweggetjes moest aandoen om nog kasseistroken te vinden.

In de loop der jaren is echter ook de maatschappij veranderd. Met name de beeldcultuur neemt anno 2011 een dominante positie in. Toen er van tv nog geen sprake was, moest je ofwel langs het parcours gaan staan ofwel 's anderendaags de krant kopen om te weten wie de Ronde van Vlaanderen gewonnen had.

Later leverde de legendarische Fred De Bruyne commentaar bij beelden van de laatste dertig kilometer, terwijl Jan Wauters de radioluisteraars in zijn onvolprezen taal op de hoogte hield van het koersverloop.

Anno 2011 gaat de tv al van bij de start in de ether, om enkele uren later het live-verslag ruimschoots voor de heuvelzone te starten. Dat betekent voor Michel Wuyts en José De Cauwer toch algauw vier uren volpraten, een niet geringe prestatie van enig atletisch allooi.

Ondertussen is ook het internationale renommée van de Ronde exponentieel toegenomen, en wel in die mate dat velen van de miljoenen kijkers langs de weg en voor de buis zich geen andere aankomstplaats kunnen herinneren dan de Halsebaan in Meerbeke, zich de Muur niet kunnen voorstellen als een bultje van dertien in een dozijn. Oudenaarde mag nog zo'n mooie Grote Markt hebben, die collectieve beeldvorming wis je niet uit met enkele pittoreske plaatjes.

Bovendien verzwijgt Vanwalleghem zedig de ware toedracht van hele discussie. Je kunt nog zo lyrisch doen over kasseien, hellingen en wat niet al, uiteindelijk draait het allemaal om centen. Flanders Classics verkoopt de aankomst van de Ronde aan de hoogste bieder, zo simpel is het.

Money makes the world go round, dat klopt, maar wees dan tenminste zo eerlijk om het ook toe te geven. Meerbeke draagt mijn voorkeur weg, maar dat had u ongetwijfeld al begrepen. Niet omdat ik Oudenaarde of Ronse een kwaad hart toedraag, maar omdat ik van de koers houd en er niet van overtuigd ben dat verandering altijd goed is. Laat ons hopen dat Wouter Vandenhaute er ook zo over denkt.