Aan de basis van de documentaire lag een recent herontdekte filmopname uit 1919, gemaakt door twee Fransen die in een luchtschip het gehele Westelijke Front van Nieuwpoort tot aan de Zwitserse grens volgden.
Het resultaat is een uniek tijdsdocument dat de wonden vastlegde toen ze nog vers waren: de overstroomde IJzervlakte, uiteraard, maar ook de nagenoeg onherkenbare ruïnes van Ieper en de kraters, door 17 reusachtige mijnen geslagen in het landschap rond Mesen. De explosies deden zelfs in Downing Street de theekopjes dansen.
En temidden al die ellende, die in onze herinnering inmiddels epische proporties heeft aangenomen, het leven van alledag: mensen die markt houden tussen kapotgeschoten huizen. De piloot zwaait er eens naar en wendt dan de steven, nieuwe apocalyptische taferelen tegemoet.
Vraag een Brit naar WO I en hij zal je vertellen over Ieper, de Somme en Passendale, al spreken ze over het Kanaal liever over Passion Dale. Enig obligaat gemijmer bij de duizelingwekkende aantallen slachtoffers die deze slagvelden eisten, mag dan ook niet ontbreken. Liefst met een panorama van Tyne Cot Cemetery erbij.
Klinkt cynisch, ik weet het. Een mens moet nu eenmaal iets doen om tegen de stroom in te roeien. Ik vrees namelijk dat we de komende jaren een tamelijk eenzijdig beeld van WO I te zien zullen krijgen - met die herdenking en zo, weet u wel.
In het collectieve geheugen is de Eerste Wereldoorlog namelijk een ondubbelzinnig symbool geworden van de wreedheid van de oorlog, met domme generaals die mijlen achter de frontlijn in een of ander wuft château honderdduizenden jonge mannen naar een vroegtijdige dood sturen en zelf buiten schot blijven. Een beeld dat bij uitstek terugkomt in de tv-reeks Blackadder goes Forth.
De historische werkelijkheid ligt uiteraard iets gecompliceerder. Zeker, dichters als Siegfried Sassoon en Wilfred Owen vertolkten de oorlogsmoeheid van een uitgebluste generatie. Maar er waren ook mensen die op 11 november 1918 dolblij waren dat de Duitsers een nederlaag moesten slikken.
Toen veldmaarschalk sir Douglas Haig stierf, stonden er in Londen en Edinburgh meer mensen langs de straten dan voor de begrafenisstoet van prinses Diana. Zijn weinig flatterende bijnaam 'slachter Haig' ten spijt, koesterde de Britse bevolking blijkbaar wel goede herinneringen aan zijn leiderschap.
Nu er geen veteranen meer in leven zijn en de Eerste Wereldoorlog echt geschiedenis is geworden, dreigt dit soort nuances voorgoed verloren te gaan. Het beeld van de zinloze oorlog is immers ongemeen krachtig, in elk geval krachtiger dan een conflict waaraan, zoals aan elk conflict, verschillende facetten zijn.



